Tijdens de oorlogsjaren werden honderdduizenden Nederlanders gedwongen tewerkgesteld in Duitsland via de beruchte Arbeitseinsatz. Na de oorlog zijn velen van hen lang niet erkend als oorlogsslachtoffers en vaak vergeten in de geschiedenis.
Onder de vergeten slachtoffers bevinden zich ook Sliedrechters, zoals Arie Bot en Pieter de Jong, wiens levens voorgoed veranderden door de verschrikkingen van de Arbeitseinsatz.
Arie Bot, de zoon van een schilder, werd tegen zijn wil naar Duitsland gestuurd. Zwaargewond door geallieerde bombardementen en uiteindelijk overleden op slechts 21-jarige leeftijd, symboliseert hij het leed van velen die gedwongen werden tot dwangarbeid.
Pieter de Jong keerde uit loyaliteit terug naar Duitsland, waar hij stierf aan ziekte op slechts 27-jarige leeftijd. Zijn verhaal toont de moed en offers die verplicht tewerkgestelden moesten brengen.
De exacte aantallen Sliedrechters die de Arbeitseinsatz moesten ondergaan, blijven vaak verborgen. Veel van hen zwegen over hun ervaringen, waardoor het leed en de impact op henzelf en hun families onzichtbaar bleven.
Na ruim 85 jaar blijft de herinnering aan de vergeten slachtoffers levendig. De families van degenen die niet terugkeerden, en degenen die getekend waren door hun ervaringen in Duitsland, blijven deze geschiedenis koesteren en herdenken.